Nederland in de prehistorie
(tot 57 voor Christus)
Als je op deze kaart een plek aanwijst met de muis,
zie je de naam van de provincie waar die plaats ligt (als je browser die mogelijkheid heeft). Door te klikken kom je op de pagina van die provincie.
Via de kaart van een provincie kun je op de pagina van een gemeente komen. Je kunt ook rechtstreeks op de pagina van een gemeente in Nederland komen met de gemeentekiezer.
Hieronder vind je:
De bodemoppervlakte van het Nederlandse grondgebied bestaat bijna overal uit sediment. De oorspronkelijke boden zit vaak heel diep. Vooral in het gebied van het IJsselmeer en de Hollandse Eilanden liggen dikke lagen sediment. Hoe het land er uitzag in de prehistorie kunnen we hoogstens gissen.
Voor de prehistorische mens waren de bodemgesteldheid en het klimaat de factoren die het leven bepaalden. In de sedimenten waren geen bruikbare metalen te vinden. De drassige bodem in de veengebieden was nauwelijks toegankelijk. Waar ooit de poolkap eindigde waren grote zwerfkeien waarmee hunebedden konden worden gebouwd. In Zuid-Limburg was vuursteen voor bijlen en pijlen. Langs de rivieren was klei en leem voor hutten en aardewerk. Het westen had vis en het oosten jachtterrein.
Bouwden de voorlopers van de Amsterdammers ook al op palen?
![]() |
|
|---|
Tijdperken in de geschiedenis van Nederland uitvoeriger behandeld
Nederland nu.
In de Steentijd, het stenen tijdperk, leefden vooral in de wat hoger gelegen gebieden mensen die het gebruik van metalen niet kenden. Werktuigen die hard moesten zijn, zoals pijlpunten, messen, bijlen of hamers werden van steen gemaakt. Daarvoor moesten harde steensoorten worden gebruikt, zoals vuursteen. Die werd vooral in de omgeving van Maastricht gevonden. Daar werden grotten in de zachte mergelbodem gehouwen om het kostbare materiaal te vinden. Men verdeelt de steentijd in paleolithicum, mesolithicum (en neolithicum. De oudste steentijd duurde hier tot ongeveer 9000 v.C.
De Midden-Steentijd was de tijd dat de mensen dorpjes gingen vormen. In die tijd werden de hunnebedden gebouwd en werd aardewerk gemaakt. De jongste steentijd begon rond 5000 v.C. en wordt gekenmerkt door de landbouw op een vaste plek. In deze tijd werd het wiel uitgevonden.
De steentijd is de oudste prehistorische cultuurperiode, die per definitie eindigde rond 2000 v.C. toen de mensen metalen gingen gebruiken. Dat was eerst koper dat makkelijk te vinden was vanwege de mooie kleur. Het werd gemengd met tin en zo ontstond brons, een harde legering. Die techniek was in het nabije oosten ontdekt. Bronzen voorwerpen werden hier ingevoerd omdat er geen koper en tin te vinden waren.
Rond 600 v.C. werd het ijzer ontdekt. Daarmee konden echt harde en scherpe voorwerpen worden gemaakt. Daarmee waren de Romeinen in staat grote gebieden te veroveren.